Welke overdrachtsbelasting betaal ik vanaf 1 januari 2021?

Welke overdrachtsbelasting betaal ik vanaf 1 januari 2021?

Voorgenomen veranderingen voor de overdrachtsbelasting

starters – doorstromers – andere verkrijgers

 

Het gonsde al rond: de overdrachtsbelasting gaat mogelijk per 1 januari 2021 worden veranderd.
Nu heeft het kabinet tijdens Prinsjesdag 2020 dit voorstel ook gecommuniceerd en iets meer inhoudelijk bekend gemaakt. Er zal een onderscheid worden gemaakt in het tarief van de overdrachtsbelasting (0%, 2%, 8%) onder meer gebaseerd op de hoedanigheid van de koper: starters, doorstromers en andere verkrijgers.

De overheid wil voor starters per 1 januari 2021 een vrijstelling van overdrachtsbelasting doorvoeren. De starter moet dan tussen de 18 en 35 jaar oud zijn, deze vrijstelling niet eerder hebben gebruikt en de woning (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Het idee is nu dat een starter vóór de verkrijging schriftelijk moet verklaren:

  1. de vrijstelling niet eerder te hebben gebruikt (omdat de vrijstelling pas per 1 januari 2021 in zal gaan, kan dit dus ook gelden voor jonge personen die hiervoor al woningeigenaar zijn geweest);

  2. dat de woning (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf zal worden gebruikt (dit zal achteraf door de Inspecteur van de belastingdienst worden gecontroleerd).

Wat nu als je als stel een woning koopt, waarbij je ieder voor 50% eigenaar wordt en de ene wordt beschouwd als starter en de andere niet? In dat geval mag de vrijstelling voor de helft worden toegepast.

Voor andere natuurlijke personen die een woning verkrijgen (doorstromers) blijft het tarief van 2% gelden, mits zij de woning (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaan gebruiken.

 Voor alle overige verkrijgers van onroerende zaken wil de overheid het tarief verhogen naar 8%. Dit betekent dat naast de verkrijging van niet-woningen ook de verkrijging van woningen die niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf gaan worden gebruikt door de verkrijger, zal worden belast tegen 8%.
Hierbij moet worden gedacht aan:

  1.        een vakantiewoning;

  2.        een woning die zal worden gebruikt door anderen; en

  3.        een woning die wordt verkregen door een rechtspersoon.

Er staat dus het nodige op stapel wat voor iedere afzonderlijke persoon de nodige positieve dan wel negatieve financiële gevolgen kan hebben. Houd hier rekening mee bij de planning en financiering van uw aankoop. 

 

 

 

Lees meer over het vakgebied:

Misschien ook interessant om te lezen

Wij helpen u verder

Benieuwd waar en hoe u ons vindt? 

neem contact op